Frequently Asked Questions

Vragen die de NSV regelmatig binnenkrijgt, met de bijbehorende antwoorden:

Nee, je kunt dan niet als schrijftolk aan het werk. Het zou kunnen dat je ingezet kan worden om een deel van het werk te doen wat een schrijftolk doet, namelijk snel intypen van het gesproken woord, maar het werk van een schrijftolk omvat veel meer dingen en hiervoor is het volgen van de opleiding tot schrijftolk onontbeerlijk. Er zijn wezenlijke verschillen tussen een secretaresse en een schrijftolk.

Een schrijftolk typt veel sneller dan een secretaresse, vanwege het gebruik van een lettergrepentoetsenbord. Daar komt nog bij dat een schrijftolk ook kennis heeft van dovencultuur, tolkvaardigheden, ethiek en nog meer tolkgerelateerde onderwerpen die verbonden zijn aan het werken voor en met doven en slechthorenden en plotsdoven.

Om een vergoeding te kunnen ontvangen als schrijftolk zijn er ook nog aanvullende voorwaarden. Zonder het diploma van de opleiding Associate degree Schrijftolk (te Utrecht) is inschrijving in het tolkenregister RTG (www.stichtingrtg.nl) niet mogelijk. En zonder deze inschrijving bij het RTG vergoedt het UWV of Menzis geen door jou gemaakte tolkuren.

De meeste tolkopdrachten in werk-, onderwijs- en leefsfeer worden betaald vanuit een tolkurentoekenning.

Jaarlijks stelt de overheid vast wat het uurtarief voor een schrijftolk is. Voor tolkopdrachten in onderwijs en werk is het uurtarief voor 2017 vastgesteld op €53,25 per tolkuur met daarbij een reis(tijd)vergoeding van €0,69 per km (met een maximum van 110 km enkele reis). Voor tolkopdrachten in leefsituaties is het uurtarief voor 2017 vastgesteld op €53,33 per tolkuur met daarbij een reis(tijd)vergoeding van €0,60 per km (met een maximum van 60 km enkele reis). Voor studentschrijftolken is de stagevergoeding sinds september 2012 komen te vervallen.

Je doet er verder goed aan er rekening mee te houden dat een schrijftolk zelf verantwoordelijk is voor de aanschaf van zijn of haar apparatuur (een laptop en een speciaal lettergrepentoetsenbord). Daar komen de eventuele kosten van verzekeringen nog bij. Ook een arbeidsongeschiktheidsverzekering of een pensioenregeling valt onder de eigen kosten, en eventuele administratieve kosten.

Je kunt als schrijftolk ook ingehuurd worden door organisaties en bedrijven, in dat geval is het uiteraard mogelijk een eigen tarief vast te stellen.

De enige manier om een officieel erkende schrijftolk te worden, is door de 2-jarige opleiding Associate degree Schrijftolk te volgen op de HU in Utrecht. De opleiding op de HU heeft een studielast van 120 studiepunten en kan in twee jaar worden afgesloten met een Ad-diploma. Je kunt dan als schrijftolk aan het werk. Het volgen van alleen een cursus of workshop veyboardvaardigheden is dus niet genoeg.

Op de Associate Degree schrijftolkopleiding krijg je onder andere de volgende vakken aangeboden: Nederlandse Gebarentaal, Veyboardvaardigheden, Schrijftolkvaardigheden, Dovenstudies, Sociaal Bewustzijn, Taalkunde, SLB en verschillende stages.

De Associate degree Schrijftolkenopleiding is een dagopleiding en qua studielast te vergelijken met elke andere HBO-opleiding. Je bent in het eerste jaar ongeveer 20 uur per week op school, en in het tweede jaar minder, maar je moet dan wel stagelopen. Er is geen vast rooster, het rooster wisselt per week. Al met al duurt een schoolweek inclusief huiswerk, exclusief reistijd gemiddeld zo'n 25 tot 30 uur.

In de loop van het tweede jaar ga je stagelopen. In eerste instantie volg je specifieke trainingsdagen op school. Ondertussen word je als student gekoppeld aan een mentor, en samen met deze mentor ga je het werkveld in. Dit kunnen opdrachten zijn variërend in de onderwijs-, werk- en leefsfeer. Op deze manier doe je verschillende ervaringen op. Tijdens deze stageuren zal je steeds een stukje van je mentor overnemen om te tolken. Dit begint met een paar minuten per keer, tot bijvoorbeeld een kwartier of misschien zelfs een heel lesuur. Dit is afhankelijk van de situatie, en of je mentor vindt dat je daar al aan toe bent. Na een aantal maanden (dat wisselt per student) zul je geobserveerd worden om te kijken of je klaar bent voor het werkveld als zelfstandige schrijftolk. Als in die periode ook nog alle benodigde tentamens met een voldoende zijn afgesloten, mag je je aanmelden voor de diplomering.

Als schrijftolk kan je overal aan de slag. Na je studie kun je veel in het onderwijs gaan tolken, maar hoe meer ervaring je opdoet, des te vaker je ook naar andere tolkopdrachten kunt gaan, zoals vergaderingen, congressen, kerkdiensten, (G)GZ, etc. Het schrijftolken in justitiële settings is alleen mogelijk na extra bijscholing.

Nee, je kunt hier geen schrijftolk aanvragen, aangezien wij een beroepsvereniging zijn en geen bemiddelingsbureau. Wel kun je direct contact maken met een schrijftolk door op de link 'Kaart van Nederland met NSV schrijftolken' aan de linkerkant te klikken. Je ziet dan op de kaart van Nederland alle schrijftolken staan die lid zijn van de NSV. Als je op een ballon klikt, zie je de contactgegevens van de betreffende schrijftolk staan. Als je liever een bemiddelingsbureau inschakelt voor het vinden van een schrijftolk, kun je daarvoor terecht op de website van Tolknet en op de website van Triple B.

Het werkaanbod wordt alleen maar meer, vanwege de toenemende slechthorendheid van jongeren en de vergrijzing. Daarnaast is de PR-werkgroep van de NSV hard bezig om meer bekendheid te geven aan de schrijftolkenvoorziening.

Dat is heel wisselend. Als je in het onderwijs tolkt, heb je waarschijnlijk meer kans op lange tolkdagen. Een gemiddelde schooldag bestaat namelijk uit 6 tot 7 lesuren. Tolk je vooral bij vergaderingen, lezingen, congressen en andere bijeenkomsten, dan maak je over het algemeen minder lange dagen. Wel is het mogelijk dan meerdere opdrachten op een dag aan te nemen. Gemiddeld genomen kan een schrijftolk ongeveer 20 uur tot maximaal 30 uur per week tolken, exclusief reistijd.

Nee, daar is veel te weinig animo voor op dit moment, de opleiding is er te klein voor. De vooruitzichten zijn er dan ook niet dat dit binnenkort zal veranderen.

Het leren werken met een Veyboard vergt enorm veel oefening en daarom ook veel tijd. Op zich is het systeem van typen in lettergrepen niet ingewikkeld, maar het kost vrij veel tijd en energie om het volledig te automatiseren en daardoor op hoge snelheid te kunnen typen.

Eind 2011 is er een nieuw model toetsenbord op de markt gekomen, het Velotype PRO toetsenbord. Het grote voordeel van dit nieuwe toetsenbord is de software die erin zit, waarmee je nog sneller woorden kunt vormen met minder lettergrepen. Ook het leren werken met dit nieuwe model Velotype PRO vergt uiteraard de nodige inspanning en oefentijd. Maar, als je het werken met het Veyboard al onder de knie had, dan is omschakelen naar werken met het Velotype PRO toetsenbord uiteraard veel eenvoudiger.

Via deze link kom je bij de website 'Hearing Loss Simulations' waar enkele geluiden gesorteerd op gehoorsniveau en categorie zijn neergezet. Het zijn simulaties die je een impressie geven van wat iemand met gehoorverlies of met een cochleair implantaat ongeveer hoort.

Er moet onderscheid worden gemaakt tussen een tolkvergoeding in de onderwijssfeer en in de werksfeer. De regeling in de onderwijssfeer is ruimer dan de regeling in de werksfeer: er is geen toets op de relevantie van de opleiding voor een toekomstige positie op de arbeidsmarkt en bovendien is er geen beperking in het aantal uren.

De regeling in de werksfeer is beperkter: in principe krijgt de cliënt slechts 15% van zijn totaal aantal werkuren een tolk uur vergoed. Bovendien moet de arbeidsdeskundige van UWV een arbeidsmarkttoets verrichten. Dat betekent dat er gekeken wordt of de cliënt met een werkopleiding een verbeterde positie op de arbeidsmarkt krijgt.

Als de (MBO- of andere) student van het regulier onderwijs 30 jaar wordt, kan hij in het schooljaar waarin hij 30 jaar wordt de tolkvergoeding houden. Als hij bij het einde van dit schooljaar nog niet klaar is met de opleiding, wordt de tolkvergoeding in het nieuwe studiejaar omgezet naar een werkvoorziening. Dit betekent dat het aantal tolkuren wordt verlaagd en dat een arbeidsmarkttoets plaatsvindt. Deze laatste leidt er slechts in enkele situaties toe dat de tolkvergoeding wordt geweigerd. Dit gebeurt alleen als de cliënt een opleiding volgt waar je werkelijk niets mee kan. Sinds eind 2016 is deze regeling 30+regeling iets versoepeld, als je ouder dan 30 jaar bent en een opleiding volgt, dan heb je zolang je recht hebt op studiefinanciering ook recht op een schrijftolk.

Voor alle vormen van regulier onderwijs geldt dat deze moeten zijn erkend door het ministerie van OCW. Voor een werkvoorziening is deze erkenning door OCW geen essentiële voorwaarde. Hier is het voldoende dat de opleiding naar verwachting zal leiden tot een verbetering van de positie op de arbeidsmarkt.

Ja, want na het 30ste jaar verandert de tolkvoorziening van onderwijsvoorziening in een werkvoorziening en moet de arbeidsmarkttoets worden toegepast.

Ja, mits aan deze voorwaarden wordt voldaan: voor alle vormen van regulier onderwijs geldt dat deze moeten zijn erkend door het minister van OCW. Voor een werkvoorziening is deze erkenning door OCW geen essentiële voorwaarde. Hier is voldoende dat de opleiding naar verwachting zal leiden tot een verbetering van de positie op de arbeidsmarkt.